Korstmossen vieren Hoogtij

13-04-2018

Geen betere tijd om buiten korstmossen te bewonderen dan nu. Het is nat, er valt alweer volop licht en daar komt bij dat de korstmossen zich de afgelopen twintig jaar spectaculair hebben hersteld.

Terug van weggeweest

Aangezien korstmossen hun voedsel uit de lucht halen, zijn ze erg gevoelig voor luchtvervuiling. In de jaren tachtig waren ze om die reden uit grote delen van het land verdwenen. Maar nu zijn ze helemaal terug van weggeweest, ook in het Gooi.

Plakkaten

“Als je foto’s ziet van boomstammen van pakweg dertig jaar geleden, waren deze kaal en doods. Fotografeer je dezelfde boom vandaag de dag opnieuw, dan zie je allerlei kleurige plakkaten (korst)mossen”, aldus de Hilversumse bioloog en mossenspecialist Henk Siebel. “Sinds er geen sulfaten meer in de lucht zitten, hebben de korstmossen zich spectaculair hersteld.”

Fraaie kleuren

Wie er oog voor heeft, kan overal weer fraaie korstmossen aantreffen. Eén van de meest opvallende is het Groot Dooiermos. Deze vormt de bekende oranje-gele plakkaten die je vaak tegenkomt op muren. Aangezien deze soort als een van de weinige korstmossen profiteert van luchtvervuiling met ammoniak, is hij overal gemakkelijk te vinden.

Groot Dooiermos

Groot-Dooiermos

Onsterfelijk

Korstmossen groeien hooguit enkele millimeters per jaar. Een ronde plak ter grootte van een twee-euromunt, heeft een straal van 13 millimeter en kan dus zo vijf tot tien jaar oud zijn. Ze stoppen niet met groeien en ze verspreiden zich door deeltjes af te splitsen die zich elders kunnen vestigen. Dat maakt korstmossen in principe onsterfelijk, tenzij milieuverontreiniging hen fataal wordt.

Extreme omstandigheden

Om zo lang op dezelfde plek te blijven voortbestaan, moet je dus opgewassen zijn tegen extreme omstandigheden. Zo kunnen korstmossen zich bij aanhoudende droogte zich volledig laten verdorren. Denk maar aan het rendiermos dat op open, droge plekken op de heide voorkomt. Wanneer je daar tijdens een droge periode op stapt, kun je het horen verpulveren. Maar breekt er weer een regenperiode aan, dan worden korstmossen weer buigzaam en sponzig.

Samenlevingsvorm

Maar de grootste bijzonderheid van korstmossen is dat het eigenlijk geen planten zijn, maar samenlevingsvormen (symbiose) van een alg en een schimmel. Dat verklaart de bleekgroene kleur van veel soorten kortmossen. Ze bestaan namelijk uit witte schimmeldraden waartussen zich groene cellen bevinden van de alg. Het zijn deze cellen die bladgroen bevatten en die zodoende onder invloed van het daglicht suikers kunnen maken uit CO2 en water. Daarom vind je de meeste korstmossen vooral aan de zuidwestkant van bomen, stenen of gebouwen, omdat daar de grootste beschikbaarheid van licht en water is.

Dove Heidelucifer

In Nederland leven ruim 700 soorten korstmossen, waarvan de Dove Heidelucifer (Cladonia macilenta) wellicht één van de meest tot de verbeelding sprekende soorten is, vanwege zijn opvallende felrode knopjes. De knopjes worden ook wel apothecia genoemd en ze bevatten de sporen waarmee de soort zich via de wind, regen of aanraking door dieren kan verspreiden.

Dove Heidelucifer
Dove Heidelucifer

Zelf vinden

Je vindt de Dove Heidelucifer op de bodem in heide en stuifzanden, ook vaak op dood hout en stronken mits deze niet teveel in de schaduw liggen. Als je goed zoekt, zal je hem altijd wel vinden, want hij is niet zeldzaam. Vaak vind je de Dove Heidelucifer samen met het Bruin Heidestaartje dat er vrijwel hetzelfde uitziet, maar de rode puntjes mist. Ook het Bekermos (Cladonia pyxidata) dat eruit ziet als conische kegeltjes die ondersteboven op hun punt staan, is op de meeste plekken van de partij.

Rendiermos

Rendiermos

Groot-Dooiermos

Groot-Dooiermos

BRON: Goois Natuurreservaat

Platwormen

 

1) Marionfyfea adventor
2) De grote Australische tweestreep Caenoplana bicolor
3) De hamerhoofdlandplatworm – Bipalium kewense

 

 

 

 

Platwormen lijken onschuldig, maar het zijn toppredatoren van bodemdieren. In Nederland zijn drie soorten exotische landplatwormen bekend, zo blijkt uit een recente publicatie in het tijdschrift Nederlandse Faunistische Mededelingen. Omdat platwormen regenwormen eten kunnen ze een negatieve invloed hebben op de bodemkwaliteit, zowel in de natuur als in de land- en tuinbouw. In Engeland zijn al 15 soorten exotische landplatwormen gevonden en is vastgesteld dat regenwormpopulaties aangetast worden. Nader onderzoek in Nederland is hard nodig. Ronald Sluys van Naturalis luidde recent de noodklok in het artikel Invasion of the flatworms in American Scientist.

De laatste decennia wordt in Europa steeds vaker melding gemaakt van import van landplatwormen met potplanten, met name uit Azië, Australië en Nieuw-Zeeland. In Engeland zijn al 15 soorten vastgesteld. Deze handhaven zich deels in kassen, maar sommige, zoals de Nieuw-Zeelandse landplatworm Arthurdendyus triangulatus, zijn zelfs invasief in het buitengebied. De Nieuw-Guineese landplatworm Platydemus manokwari wordt door de IUCN tot de 100 meest gevaarlijke invasieve exoten gerekend omdat deze soort inheemse slakken kan uitroeien, met name op eilanden.

Film

Bijzondere dieren

Platwormen kunnen lang zonder voedsel en zijn bijna niet dood te krijgen, mede omdat hun lichaam kan regenereren als het beschadigd of door midden gehakt wordt. Omdat ze vies smaken kennen ze ook nauwelijks natuurlijke vijanden. Dit maakt ze lastig te bestrijden. In Nederland zijn tot nu toe drie exotische landplatwormen gevonden, maar dit is ongetwijfeld nog maar het topje van de ijsberg:

  • De hamerhoofdlandplatworm Bipalium kewense komt in kassen voor, maar in kan onze streken niet buiten overleven.
  • De grote Australische tweestreep Caenoplana bicolor werd in 2014 gefotografeerd in een tuin in Castricum. Deze worm kan tot 12 centimeter lang worden.
  • Marionfyfea adventor is een kleine soort die pas in 2016 werd beschreven, op basis van dieren uit Nederland. Deze worm is verder bekend uit Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, maar komt van oorsprong waarschijnlijk uit Nieuw-Zeeland.

In Scandinavië en Groot-Brittannië worden al maatregelen genomen om exotische landplatwormen buiten de deur te houden. Het lijkt daarom hoog tijd om ook in Nederland nader onderzoek uit te voeren, zodat we bij een heuse invasie niet achter de feiten aanlopen, en tijdig maatregelen kunnen nemen tegen verspreiding. De werkgroep Landplatwormen van EIS Kenniscentrum Insecten zal in 2017 een start maken met een inventarisatie.

Luister naar de reportage van 15 januari 2017

Tekst: Sytske de Waart (werkgroep Landplatwormen EIS Kenniscentrum Insecten) en Ronald Sluys (Naturalis)
Bron: Nature Today